Het de Merodeproject: Van landgoed tot goed land

Waar de provincies Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg elkaar raken, ligt een uitgestrekt groen gebied vol ruimte en rust: het domein de Merode. Dat zag ook de Vlaamse Landmaatschappij die het gebied namens een hele groep partners in 2004 aankocht. Verschillende van die partners werden intussen eigenaar van een deel van het gebied. Zo’n samenwerking is niet elk project gegeven. Maar bij de plattelandsontwikkeling van de Merode werkt het wel. “We vertrokken niet vanuit een probleem dat een oplossing zocht. Wij vertrokken vanuit een buitenkans, namelijk de publieke aankoop van een domein van zowat 1.500 ha groot.”, vertelt Erik Verhaert, projectleider van de Merode.

 

Een streepje geschiedenis

1.500 hectaren bos en landerijen waren jarenlang in handen van de familie de Merode. Tot de gelijknamige prins besloot de gronden te verkopen. Meteen wierpen zich heel wat geïnteresseerden op, wat gezien de pracht van het gebied niet helemaal onterecht was. De provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant toonden interesse, maar ook de gemeenten Geel, Herselt, Laakdal, Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo en Westerlo schaarden zich achter de aankoop. Naast de overheden waren ook tal van organisaties vragende partij voor een stukje de Merode: het Agentschap voor Natuur en Bos, Natuurpunt, de Landbouwsector en de Abdij van Averbode. Om het gebied niet te laten versnipperen, groepeerden ze zich. Ze duidden de Vlaamse Landmaatschappij aan als overkoepelend orgaan om namens de hele groep de onderhandelingen te voeren en het domein in zijn geheel als voorlopige eigenaar te verwerven.
In 2005 werd elk deelgebied doorverkocht. “Veel gevaar voor versnippering was er niet”, vertelt Erik Verhaert die het project in goede banen leidt. “Alle partners ondertekenden immers het Charter de Merode. Hierin verklaren ze om het gebied als één geheel te bewaren, om een gezamenlijke visie uit te werken en om het gebied vanuit deze visie in te richten en te beheren. In het tweede deel van het charter stellen de partners dat ze de aankoop van het domein zien als een ware opportuniteit voor de ontwikkeling van de hele streek. Om die ontwikkeling vorm te geven, werd er in 2006 een pilootproject voor het Vlaamse plattelandsbeleid opgestart.”

“Het basisidee van het project de Merode was de vaststelling dat het gebied in het hart ligt van een streek die rijk is aan zowel interessante natuur als cultuurhistorisch erfgoed. Zo ligt de Merode in de streek tussen de Kempen en het Hageland. In het noorden zie je de vallei van de Grote Nete en het Zammelsbroek met een hele vlakke horizon en naaldhoutbossen. In het zuiden heb je de vallei van de Demer met de heuvels van het Hageland en uitgestrekte natuurgebieden. Dat maakt de streek heel boeiend.”Naast de natuur vind je in de streek ook heel wat cultuurhistorisch erfgoed terug. “Er is het religieuze erfgoed met de twee Norbertijnenabdijen van Tongerlo en Averbode. De kerken van de dorpjes langs de Demer zijn dan weer opgetrokken in een heel eigen stijl, de zogenaamde demergotiek. Ze zijn gebouwd met ijzerzandsteen dat in de streek gewonnen werd. Naast religieus erfgoed, vind je in de streek rond het domein ook werelds erfgoed terug, zoals het oude kasteel van de familie de Merode met het bijhorende park van zowat 100 ha.”

Ook schrijvers lieten zich inspireren door de streek. “Zo is er het Ernest Claeshuis in Zichem, waar de schrijver vroeger woonde. En Willem Elsschot ontleende zijn pseudoniem aan één van de deelgebieden uit het domein de Merode”.

Hoewel al die pracht er al jaren ligt, werd er in het verleden met het geheel nooit veel gedaan. Daardoor werden veel ontwikkelingskansen onbenut gelaten. En die willen we nu juist wel aanboren in het plattelandsproject de Merode dat in juni 2006 opgestart werd door de toenmalige Vlaamse minister-president, ook bevoegd voor plattelandsbeleid, Yves Leterme.

Plan met drie pijlers

Voor dit plattelandsproject werd een integraal plan opgesteld dat door de verschillende partners in maart 2007 werd goedgekeurd. “Dat plan is opgebouwd rond drie pijlers. De eerste is de Merode als plattelandsregio met klasse. Hierin worden alle acties ondergebracht die te maken hebben met hoe we omgaan met waarden zoals natuur, cultuurhistorisch erfgoed enzovoort. Uitgangspunt hierbij is dat we deze waarden koesteren. Ik zeg altijd: deze waarden vormen onze kip met de gouden eieren. Zij zijn de basis voor duurzame streekontwikkeling. Dit wil zeggen: een ontwikkeling die niet ten koste gaat van de gouden eieren, wel integendeel!”
Verschillende actoren ondersteunen deze eerste pijler. Eén ervan is Natuurpunt. “Zij is eigenaar van het deelgebied Averbode bos en heide. Onder een monotoon deken van naaldhout, bevinden er zich in dit gebied uitgesproken kansen voor een grote soortenrijkdom, voor een rijke biodiversiteit. Samen met het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij wordt er hard gewerkt aan het benutten van deze kansen en gebeurt er onder meer heide- en venherstel. Dit is interessant voor de biodiversiteit maar ook voor het toerisme. Een afwisselend landschap is boeiender dan zes hectaren bos.”

Ook de abdij van Averbode denkt actief mee na over hoe ze zich kan profileren in het gebied. En dit vanuit de eigen missie van bezinning, zingeving en rust. Zij wil een stiltegebied creëren rond de abdij. In dat project speelt Vormingplus ook een rol. Vormingplus Kempen voert in 2010 een quick-winproject uit rond het thema “rust en stilte” in het de Merodegebied (zie ook bij onze themadag). Quick wins zijn kleinere, snel realiseerbare projecten. Elk jaar lanceren we in het de Merodegebied een oproep voor zo’n quick wins. Lokale actoren kunnen op die oproep reageren en projectvoorstellen indienen. Die worden beoordeeld door een objectieve jury en goedgekeurde projectvoorstellen worden vanuit de werking van het de Merodeproject gecofinancierd.

Met de jaarlijkse oproepen naar quick wins behouden we het contact met de plaatselijke verenigingen en organisaties. We bieden hen middelen om snel concrete resultaten te realiseren in het gebied. Resultaten die kaderen in de doelstellingen die wij vooropstellen, en die concreet ingevuld worden met ideeën die komen vanuit de basis. Die wisselwerking is erg belangrijk.”
De tweede pijler van het Integraal Plan is: “de Merode, innoverend en gastvrij platteland.” Die pijler richt zich op economie. We werken die uit op verschillende niveaus. Enerzijds willen we toegangspoorten en bezoekerscentra oprichten van waaruit je kan wandelen, fietsen, mountainbiken in het gebied. Zo zullen we in 2010 een wandelnetwerk doorheen het hele gebied realiseren.
Dit doen we samen met onze partners: Kempens Landschap, Natuurpunt, het Agentschap voor Natuur en Bos, de verschillende gemeente- en provinciebesturen. Daarnaast willen we samen met de ondernemers uit de streek werken aan de mogelijkheden om te overnachten in het gebied en een aantal activiteiten organiseren die het nog weinig gekende gebied beter op de kaart kunnen zetten. Ook daar gaan we weer uit van de kip met de gouden eieren.

De uitwerking van de tweede pijler gebeurt ook via het Interregproject Collabor8 (lees: collaborate of samenwerken). In dit Europese project verenigen we ondernemers en erfgoedhouders uit de streek. We brengen hen bij elkaar in actieve werkgroepen (in het projectjargon spreken we van clusters) die concrete voorstellen tot samenwerking uitwerken. Die voorstellen steunen op de specifieke streekidentiteit en dragen bij tot duurzame ontwikkeling. Zo kan het aanbod van het museum van de heemkring Ansfied afgestemd worden op het aanbod van een Bed en Breakfast of een andere ondernemer zoals Natuurboerderij het Bolhuis. Samen kunnen ze specifieke arrangementen uitwerken en elkaar promoten in gezamenlijk uitgewerkte folders. “Dat is een heel boeiende oefening, want we betrekken de aanwezige partners bij het proces. Het idee groeit van onderuit. Voor het Collabor8-project werken wij samen met SPK, de Strategische Projectenorganisatie Kempen.”
Dat brengt ons naadloos tot de derde pijler: “de Merode als zelfbewust platteland met medewerking van alle regionale en lokale actoren in de streek”. “Zo heeft het sociaaleconomiebedrijf uit Scherpenheuvel ‘de Vlaspit’ een fietsenverhuursysteem uitgewerkt in het de Merodegebied. Je kan aan een democratische prijs een fiets huren. Er zijn verschillende vertrek- en stopplaatsen. Er is het Stilte- en Rustproject om het stiltegebied van Gerhagen te ontwikkelen en te promoten. Ook daar zijn verschillende partners bij betrokken. En er is de Merodehappening waarin we jaarlijks lokale en regionale actoren een forum aanbieden om zich te tonen en waardoor de inwoners uit de streek kennis kunnen maken met de verschillende partners, projecten en het gebied.”

Ook de al vermelde quick wins dragen rechtstreeks bij tot onze derde projectpijler. Ze worden immers allen uitgevoerd door lokale actoren. De twee voorgaande oproepen voor quick wins hebben al heel wat concrete realisaties met zich meegebracht zoals de restauratie van de kapel van de Maerschalk, het terug openstellen van een vroegere ijzerzandsteengroeve (beide projecten gerealiseerd door Natuurpunt), een zwerfvuilactie in Scherpenheuvel, de aanleg van een eerste fase van het wandelnetwerk in Westerlo (door Kempens Landschap), het ontwikkelen van een streekbier, een gps-wandelroute, een boek met lokale verhalen door een heemkundekring, het ontwikkelen en plaatsen van infopanelen.

Pilootproject voor Vlaams plattelandsbeleid

Het de Merode project is een pilootproject voor het Vlaamse plattelandsbeleid. “Het is op die manier ook voor de Vlaamse Landmaatschappij een echt laboratoriumproject, een proeftuin waarin we nieuwe producten ontwikkelen. Het hele systeem dat we hier opzetten rond bijvoorbeeld samenwerkingsvormen met lokale ondernemers, of meer algemeen, de consequente uitwerking van de tweede en derde pijler is nieuw voor ons.”
“Van in het begin is de Merode een verhaal dat draait om samenwerken. En het belang daarvan wil ik hier, tot slot, nog even onderstrepen. Er was de gezamenlijke aankoop, het charter de Merode, het integraal plan en de samenwerking met alle lokale ondernemingen in het Collabor8-project. Vaak vertraagt samenwerking, maar hier werkt het”, weet Erik Verhaert. “Nu ik er zo over nadenk, gaat dat samenwerken eigenlijk wel goed. Het feit dat het de Merodeproject in wezen draait om het benutten van kansen is hieraan misschien niet vreemd. Meestal start je een project vanuit een probleemsituatie. Hier zijn we vertrokken vanuit opportuniteiten. Het gebied is zo rijk, het heeft gewoon veel pareltjes. Die vormen een gemeenschappelijk doel, een goede voedingsbodem voor samenwerking.”

Link

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *