10 tips/valkuilen voor briefschrijvers

schrijfeenbrief

Je wil een brief schrijven, maar hoe doe je dat nu weer? vzw Creatief Schrijven verzamelde 10 tips/valkuilen voor briefschrijvers.

01Eén van de geneugten van een echte brief: je kunt die eindeloos herlezen. Maar daar zit ook een gevaar: wat je geschreven hebt blijft voor altijd zo bestaan. Denk dus twee keer na alvorens je iets schrijft dat kwetsend zou kunnen overkomen. Een geschreven woord blijft tien jaar later even scherp klinken.

 

02Neem je tijd. Je hoeft zo’n brief niet in één geut neer te schrijven. Zeker als het om gevoelige materie gaat, neem je er maar beter rustig je tijd voor. Gun je brief de nodige gistingstijd. Je hebt de tijd om het net zo lang bij te schaven tot wanneer het echt klinkt zoals jij het werkelijk bedoelt.

 

03Een brief is de persoonlijkste en meest intieme vorm van literatuur. Maar dat betekent niet dat je nu opeens naar je beste vriend of dochter bekakte literatuurderij moet zenden. Als je brief niet jouw stem en persoonlijkheid ademt dan is het niet goed. Want reken maar dat de bestemmeling zal denken: oei, wat scheelt er? Zo ken ik hem niet?! Blijf dus vooral jezelf. Wat niet betekent dat je geen grapjes kunt maken; vooral grapjes die alleen de briefschrijver – de bestemmeling kunnen begrijpen verdienen aanbeveling.

 

04Elke brief is anders. Want je schrijft die naar één bepaalde persoon. In feite bepaalt dus de bestemmeling in hoge mate mee wat en hoe en waarom jij schrijft.

Herinner jij je nog veel van 17 jaar terug? Bedenk dus dat je brief wordt bedeeld over 17 jaar en je wellicht de bestemmeling enkele handvatten zult moeten geven over jezelf en 2013. Stel jezelf dus voortdurend de vraag: kan de bestemmeling dit helemaal goed begrijpen en inschatten?

 

05Jouw brief moet hoe dan ook je persoonlijk verhaal zijn. De bestemmeling is niet geïnteresseerd in een afstandelijk essay van jou, dat leest hij wel ergens anders, hij wil weten wat jij persoonlijk ervan denkt en voelt, waarom jij zo denkt, waarom jij dat naar hem/haar schrijft.

 

06Een brief krijgt altijd een plaatsbepaling en een datum mee. Misschien kun je daar iets mee doen, je bent er misschien nog samen geweest met de bestemmeling…

De datum mag je best in grote cijfers schrijven, want voor de bestemmeling bepaald indrukwekkend.

 

07De aanspreking wordt uiteraard bepaald door het soort van relatie dat je hebt met de bestemmeling. Het is toegestaan te overdrijven, want geef toe, een brief die na 17 jaar aankomt, is toch ook lichtjes overdreven, nee?

In de eerste alinea kun je maar beter jezelf eventjes typisch/ ironisch/ zelfrelativerend voorstellen, want na 17 jaar… En ook hoe je ertoe gekomen bent – Trage Post Slow Mail – om de bestemmeling te schrijven.

 

08Tweede en verdere alinea’s: waarom deze brief, het doel van je brief… kijk, dàt wil ik jou vertellen. Maak jouw punt. Wat zijn de waarden en verzuchtingen die jij met deze brief wil meegeven. Waarom dit nu? Toon aan wat voor jezelf de urgentie is van het punt dat je wilt maken. Kader het in je persoonlijk levensverhaal.

Excuseer dat het een lange brief is geworden, ik had geen tijd voor een korte. Probeer hoofd- en bijzaken gescheiden te houden. Focus op je hoofdlijn. Stel zelf vragen (dat duidt op betrokkenheid en echte nieuwsgierigheid): vragen naar zijn/haar verwachtingen, dromen…

 

09Geef zelf eventueel een fout toe: ‘als ik het kon overdoen dan zou ik zeker niet…., maar… Want ik heb wel een en ander geleerd, daarom schrijf ik het ook naar jou.’ Wees concreet, geen te zweverige, abstracte manier van schrijven. En uiteraard, zeker niet prekend of moraliserend.

 

10Maak een afspraak met de bestemmeling om over een en ander van gedachten te wisselen. ‘Want de medische wetenschap gaat met een rotvaart vooruit…en indien niet: je mag mijn lever en mijn kunstgebit hebben!’ Vergeet niet af te sluiten met een warme afscheidsgroet en ook je naam (eventueel bijnaam/roepnaam) en adres.

 

©Daniel Billiet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *