Frans Van Baelen: ‘De natuur is altijd stil en traag’

fransvanbaelen

De stilte voor mij. Een getuigenis is per definitie persoonlijk, dus beperkt, dus eenzijdig, dus geen model voor iedereen. We zijn allen zo verschillend, zo uniek: verschillend in afkomst, leeftijd, beroep, opvoeding, opleiding, ons erfelijk rugzakje en ervaringen allerlei.

Ik ben opgegroeid op een boerderijke aan de rand van het bos in Achterbos. Er waren twee auto’s in het dorp, naar school en kerk gingen we te voet. Ik was twaalf toen de radio in huis kwam en op mijn veertien kreeg ik mijn eerste fiets, een occasie van een tante. Ik heb dus een trage, stille jeugd gehad, heel dicht bij de natuur en die ervaring zit nog steeds in mijn lijf denk ik.

De natuur is voor mij altijd stil en traag.

Niet omdat er geen geluid is maar omdat de geluiden in harmonie zijn met, een eenheid vormen met al het bestaande, mezelf inbegrepen. Ik leef en woon niet alleen op de aarde, ik ben aarde, onlosmakelijk verbonden met maan en sterren en gans de kosmos.

De natuur is ook overwegend traag. Planten groeien ongemerkt en ook al kan bij onweer alles bulderen, de stilte na de storm is verzekerd Soms moet je die traagheid letterlijk nemen. Als ik bv in de Liereman wandel en er komt een fietser aan 10 km voorbij, blijft het stil en rustig. Komt er een fietstoerist aan 25 per uur voorbij, is de rust weg. De adrenaline doet zijn werk.

In de loop der jaren is de betekenis van stilte voor mij ook veranderd. Als kind was stilte vaak vervelend omdat er dan niets gebeurde. Verveling en stilte waren haast identiek. Na enkele jaren inzet in de KAJ, kreeg mijn engagement voor de onderkant van de samenleving een vervolg in de vakbond. Maar inzet voor de onderkant, kiezen voor de mensen zonder macht en aanzien is een energie vretende zaak en vaak moet je dan het onderspit delven. Daar word je wel eens moe en moedeloos van en komen de twijfel en de vragen: Is dit de zin van mijn leven? Is dit wat ik eigenlijk wil? Is het geen vechten tegen de bierkaai? Er zijn immers altijd armen geweest en in een systeem waar iedereen wil winnen zijn er verliezers nodig. Elke winnaar creëert een verliezer.

Ooit schreef ik volgend rijmpje:

Heb jij ook van die trieste dagen
waarop elk uitzicht plots verdwijnt.
En met alleen maar bange vragen
waarop geen enkel antwoord rijmt.
De machtigen blijven verknechten
en het onrecht raast maar door.
Je bent zo moe van het vechten
en je vindt nergens nog gehoor.

Bezinning was dan voor mij pure noodzaak. Ofwel raak je verbitterd of wordt je cynisch. Maar voor mij waren dit geen opties omdat ik het gevoel had dat ik dan mezelf tekort deed.

Bezinning: een wandeling in de Liereman, een gesprek met enkele goede vrienden, het werken in de tuin dicht bij de natuur met de handen in de aarde, een bezinningsdag met collega’s op het werk

Stilte heeft dan iets van “thuiskomen” bij je zelf en bij vrienden, stilstaan bij en aanvaarden van eigen beperkingen. Tevreden zijn met jezelf, “je bent goed zoals je bent”, ontroerd zijn en genieten van schoonheid en goedheid in de wereld.

Onze fundamentele verlangens die, altijd verder reiken dan het haalbare, ernstig nemen: verlangen naar waarheid, liefde, trouw, erkenning en waardering, solidariteit, een leven zonder angst, enz.

Ofwel laat je dit alles dicteren door de vrije markt, de consumptie en reclame. Ofwel tracht je daar zelf een invulling aan te geven.

Stilte en traagheid zijn niet vanzelfsprekend. Onze samenleving doet er alles aan om stilte te vermijden. De reclame zegt ons 100 maal per dag dat we van alles te kort komen. We mogen niet tevreden zijn met wat we hebben. En dus moeten we nog harder werken om meer te kunnen kopen en zo het milieu nog meer te belasten.

Daarom zijn initiatieven als deze belangrijk.

De trage post: Brieven schrijven over dingen die je echt ter harte gaan en die pas in 2030 worden geopend, confronteert ons met de vluchtigheid en de kortzichtigheid van onze manier van leven. Wat echt van fundamenteel belang is, verandert niet elke dag. Samen de ruimte openhouden waarin stilte en bezinning mogelijk worden door bv het creëren van een ”stiltegebied” kan ons collectief welzijn bevorderen.

“Alleen zijn we te klein en te bang. We kunnen niet zonder de anderen, ”zingt Jef Van Uytsel. Maar soms gebeuren er dingen waar je spontaan stil van wordt: bv de ramp met de bootvluchtelingen in Lampedusa, de geboorte van een kind, een kind dat plots puber wordt, de belangloze inzet van mensen voor hulpbehoevenden, kiemende zaadjes in de vroege lente …

Vorige maandag bezocht ik de loopgraven en de kerkhoven van de eerste wereldoorlog in de buurt van Ieper. Dan word ik stil en klein en hoop je dat die duizenden jonge levens niet voor niets zijn gestorven, dat we uit die ervaringen iets zullen leren. Je wordt er plotseling bewust van hoe dun het laagje is van wat wij beschaving noemen.

Tot slot

Ik kan niet bewijzen dat traagheid, stilte en bezinning nuttig of economische verantwoord zijn maar ik vind me wel in wat Bram Vermeulen zingt: “Je bent nooit alleen als je samen met jezelf bent”. Of zoals Felix Timmermans ooit schreef: “Alleen de stilte is”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *