De stille tuin in Geel

Op pauze drukken. Even bezinnen. En dan weer doorgaan. Hoewel we dat allemaal wel eens willen, is daar niet altijd de ruimte voor. Daarom legde het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel bij de restauratie van haar gebouwen een stille tuin aan.

Je vindt die in de schaduw van het gerenoveerde gebouw. Hij ligt er prachtig bij, afgeschermd door een metalen afrastering. In het midden een grote boom, banken her en der en planten uit de grond. Paadjes leiden je het gebouw terug in. De eerste ronde kamer die je daar tegenkomt, is de stille ruimte die volledig in hout werd gemaakt.
“De tuinen zijn aangelegd als kamers, gelinkt aan de functie van het lokaal dat er aan grenst”, legt Myriam Bergmans, verantwoordelijke vrije tijd in het OPZ, uit. “Er is deze schaduwtuin aan de stille ruimte om tot rust te komen. Maar we hebben ook een zonnetuin langs de eetruimte. Die kan dienen om bij mooi weer buiten te lunchen. De zonnetuin staat voor ontmoeting.”
Zelf had ze niet durven hopen dat die stille tuin er effectief zou komen. “Het was een idee dat ik eens had opgeworpen bij mijn diensthoofd. Maar ik had nooit gedacht dat de architecten het effectief zouden opnemen in hun ontwerp.”
Als mensen worden opgenomen in de psychiatrie wordt er wel veel gepraat, maar dat gaat vaak over problemen of om het oplossen van problemen. Maar dikwijls is een oplossing het anders invullen van een rol of het leven anders aanpakken.Het begon allemaal met Christa van Vormingplus Kempen. “Zij had mij gecontacteerd in verband met het Stilteproject en vroeg me om te schrijven hoe ik stilte vind in mijn job. Nu, ik ben coördinator van vrije tijd, vrijwilligerswerk en sport in het OPZ. Dat zijn niet bepaald gebieden die je in verband brengt met stilte. Maar door de tekst te schrijven, begon ik te beseffen hoe belangrijk ik zelf die stilte vind. Ik plooi ook graag terug op mezelf. Ik ontdekte dat ik bij mij thuis onbewust ook zo’n ruimte heb gecreëerd, waar niemand me stoort als ik daar zit. En dat heeft me aan het denken gezet: hoe kunnen we meer doen rond die stilte binnen het OPZ?”

Plek voor zingeving

Tegelijkertijd werd er binnen het OPZ een groepje rond zingeving opgericht. “We hadden een studiedag georganiseerd rond spiritualiteit en zingeving. Daaruit bleek dat elke ruimte in onze gebouwen een functie heeft. Er is geen enkel lokaal waar we ons even kunnen terugtrekken of bezinnen. Met het oog op de verbouwing die er zat aan te komen, hebben we ook dat aspect meegenomen. De combinatie van die twee pistes bracht me tot het idee van een stille tuin.”
Dat idee kende niet meteen geweldig veel enthousiasme. “’Jamaar, er is toch een kapel’, zeiden sommige collega’s. Maar een kapel verwijst sterk naar het katholieke geloof. Iemand die niet gelovig is, heeft toch ook behoefte aan bezinning of aan een moment op zichzelf? Bovendien is de kapel niet altijd open. De architect had oor voor die vraag naar ruimte.”
Myriam Bergmans gelooft dat zo’n bezinningsplek belangrijk is. “Hier komen mensen in moeilijke omstandigheden terecht. Zij worden dikwijls geconfronteerd met een zingevingsvraag. Waarom ben ik hier? Wanneer kan ik terug? Welke richting ga ik uit wanneer ik terug in het gewone leven zit? Op een of andere manier komt die vraag naar boven bij iedereen die hier verblijft. Als mensen worden opgenomen in de psychiatrie wordt er wel veel gepraat, maar dat gaat vaak over problemen of om het oplossen van problemen. En dikwijls is een oplossing het anders invullen van een rol of het leven anders aanpakken. Er is niet altijd ruimte om daarover na te denken of om dat te bespreken. Zo’n stiltetuin kan daarin een kleine stap zijn.”
Of ze geen schrik heeft dat de patiënten misschien te veel zullen nadenken? “Ik zal je iets vertellen uit mijn eigen ervaring. In de zomer ging ik met 22 patiënten op vakantie naar Tsjechië. Wij waren aan het wandelen en op een bepaald moment voelde ik zo’n verbondenheid met de anderen zonder dat daar veel gezegd werd. Dat gevoel kan je in een stille tuin ook ervaren. Natuurlijk is die tuin alleen niet de oplossing. We zullen er altijd voor zorgen dat mensen zich niet volledig kunnen afzonderen. Er is voldoende aanbod van activiteiten zodat de kans niet bestaat om te veel na te denken. Maar naast de bestaande therapieën en ontspanningsmogelijkheden is het een aanvulling, een meerwaarde. Je wordt als patiënt altijd gedwongen om activiteiten te doen of op je kamer te zitten. En zelfs daar kunnen mensen nog aankloppen. Er moet tussen de activiteiten door tijd en ruimte zijn om gewoon gerust gelaten te worden.”
Ook het belang van het tuinaspect is niet te onderschatten. “Ik denk dat natuurelementen heel rustgevend kunnen zijn. Dat geeft verbondenheid met het aardse, het wereldse, zonder dat je ermee in contact hoeft te gaan. Een vogeltje, boom of bloem kan ondersteunend werken in de bezinning. Het zijn ook aangename elementen.”
Myriam Bergmans testte de tuin zelf al eens uit. “Het gebouw is nog niet in gebruik, dus we weten nog niet hoe de patiënten erop zullen reageren. Maar ik ben in de nazomer al een aantal keer in de tuin mijn boterhammen gaan opeten. Als medewerker heb je ook wel eens een moment dat het genoeg is geweest. Dan ga je op de bank zitten. Als je daar zit, weten de collega’s ook dat ze je met rust moeten laten. Dan zullen ze dat niet als abnormaal of niet-collegiaal bestempelen. Dan wil je gewoon even niet gestoord worden.”
Het belang van Vormingplus in dit project is volgens Myriam niet te onderschatten. “Vormingplus heeft hier wat aan het rollen gebracht. Als de vraag niet bij mij was terechtgekomen of ik had gewoon de gevraagde tekst geschreven, dan was er wellicht niets gebeurd. Er was geen vraag naar een tuin, het idee is van onderuit gegroeid. Het ging heel natuurlijk en dat is belangrijk.”
“Vormingplus heeft een zaadje verspreid. Het was nooit het idee om een boom te planten. Maar met genoeg licht van de ene persoon, iemand die wat water geeft en de juiste grond, is het zaadje gegroeid. Het werd niet ingeplant. En ik hoop dat we met de schaduwtuin en de stille ruimte nog meer rond stilte kunnen gaan werken, zodat het zaadje verder blijft groeien. Zo’n zaadjes rondstrooien, is volgens mij een opdracht van een vormingsorganisatie.”
interview: Marian Michielsen  |  foto’s Bart Van der Moeren
 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *