Achilles Cools over Stilte

Zouden de mensen op het platteland honderd jaar geleden stil geworden zijn van de stilte die nog overal was? Of was stilte eenzaamheid? Stilte betekende toen enkel leegte, niets, doodsheid. Stilte was heel gewoon.
In een echt stil gebied wekt het horen van geluid nog altijd nieuwsgierigheid op. Geluid trekt aan, daar ga je op af. Dieren worden van nature niet aangetrokken door stilte, maar door geluid. Klanken zijn codes. Kikkers kwaken, roodborsten gorgelen, spechten roffelen, wulpen jodelen, kraanvogels trompetteren, merels fluiten, krekels sjirpen, ganzen gakkeren, vinken slaan, kwartels kwartelen, reeën burlen, wolven huilen. Allemaal om elkaar te lokken. Hun geluid roept van eenzaamheid.

 

Gekraak, geklop, stemmen, zang, muziek, machines, in verlaten gebieden gaan mensen daar van nature op af.  Dat lokt! Daar is iets aan de hand, daar is volk. Iedereen daarheen. Volk trekt volk aan.
Waarom wordt stilte vandaag dan zo geprezen? Stilte, is een sacraal woord geworden. Willen wij op sommige momenten even weg uit de massa, weg uit de drukke mensentuin? Alleen in het bos of op de hei. Tussen de vele authentieke soorten vertoeven, ver verwijderd van die ene soort die aldoor de rust verstoort. Dan is stilte een verademing. Je voelt je meer dan alleen, want je bent met jezelf. De anderen lijken ver weg. Je bent nu de enige. Met de hele wereld om je heen alleen. Of samen met je geliefde, alleen met twee.
De stille wandelaar zoekt in een natuurgebied de ogenschijnlijke maagdelijkheid op, zodat hij zich ver weg kan wanen. Misschien is dat de waarde van stilte? Maar hoe lang hou je dat vol? Velen hebben schrik voor de eenzaamheid, ze vluchten de stilte.
Stilte zit eigenlijk niet in de omgeving, maar diep in jezelf. Een mens is een wezen dat met een schreeuw ter wereld komt, een leven lang praat en dan zijn laatste adem uitblaast. We komen heel even uit de stilte van het niets, we zijn heel even geluid dat aanzwelt en weer wegsterft. En daarna keren we weer naar de stilte van het niets.
In de Kempen zijn nog een paar plekjes waar het ‘s nachts heel even stil kan zijn. Als we ze ontdekken, sluiten we onze ogen om die ervaring op te slaan. Als ‘s nachts de bosuil zijn buikspreken laat rollen in de donkerte, dan klinkt het net alsof het bos zelf spreekt. Als het galmen daarna ophoudt, wordt het bos nog stiller dan voorheen. Na luid geluid volgt doodse stilte. Zoals de stilte in een kathedraal wanneer de deur dichtvalt op het straatlawaai.
Soms willen we ons ook terugtrekken in stille kamers. Om na te denken, met enkel het geluid van een klok, of het omslaan van een bladzijde in een boek. Om alleen te zijn met onze gedachten.
Buiten kan het vooral in augustus heel stil worden. Het paren is voorbij, de aantrekking gebeurt niet meer met de muzikale ophef van de lente. Er is dan alleen nog wind en regen die zich kan laten horen. Ook de wintermaanden met mist kennen stilte. Lange avonden kunnen stil worden. 
Maar in de lente barst er weer een bombarie los. Dan wordt de hoogdravendheid van de zomer aangekondigd. Stilte in de natuur heeft haar eigen stem die ook zachte geluiden prijsgeeft, zoals het gonzen van bijen, brempeulen die openspringen met het geluid van een kus, het gekreun van een dennenboom, de plotselinge zang van een vogel. Ze zijn het hoorbaar fluisteren van de uitwendige natuur. Stilte is niet leeg, niet levenloos. Zij die zich kunnen verwonderen voor het ogenschijnlijk nietige, het geheim van het roerloze, zij zien elke dag de wereld als nieuw. Want wat groot en mooi is, gebeurt in stilte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *